Hof bevestigt uitspraak over bouwvergunning in Sint Maarten
Het Gemeenschappelijk Hof van Justitie heeft op 7 mei 2026 de eerdere uitspraak bevestigd met betrekking tot een bouwvergunning in Sint Maarten. De zaak betrof een aanvraag voor een bouwvergunning waarbij de voorgestelde bouwhoogte de toegestane 8 meter overschreed. Het Hof oordeelde dat de belangenafweging, zoals vastgelegd in artikel 3, tweede lid, onder d, van het Eilandelijk Ontwikkelingsplan (EOP), correct was toegepast en dat deze bepaling niet onverbindend is.
De kern van de zaak draaide om de vraag of de hogere bouwhoogte gerechtvaardigd kon worden binnen de kaders van het EOP. Het Hof concludeerde dat de belangenafweging zorgvuldig was uitgevoerd en dat er geen sprake was van een toeristisch project, waardoor toetsing aan het Tourism Masterplan niet noodzakelijk was. Daarnaast werd de interpretatie van de woningdichtheid, zoals vermeld in artikel 3, tweede lid, onder b, van het EOP, besproken en bevestigd.
Deze uitspraak benadrukt het belang van een nauwkeurige toepassing van het EOP bij bouwvergunningsaanvragen en bevestigt dat afwijkingen van de standaard bouwhoogte mogelijk zijn, mits deze goed worden onderbouwd en passen binnen de gestelde beleidskaders. Voor projectontwikkelaars en architecten in Sint Maarten onderstreept dit de noodzaak om bij het ontwerpen van bouwplannen rekening te houden met de specifieke bepalingen en vereisten van het EOP.
De bevestiging van de eerdere uitspraak door het Hof biedt duidelijkheid over de interpretatie en toepassing van het EOP, wat bijdraagt aan een consistente en transparante besluitvorming omtrent bouwvergunningen in Sint Maarten.