Ontruiming sociale huurwoning toegewezen met voorwaardelijk verblijfsrecht
Op 27 maart 2026 heeft het Gerecht in eerste aanleg van Sint Maarten de ontruiming van een sociale huurwoning toegewezen, met een voorwaardelijk verblijfsrecht voor de huurder. De zaak betrof een aanzienlijke huurachterstand, waarbij de huurder sinds 2012 in de woning verbleef en sinds 2024 een buitengerechtelijke ontbinding van de huurovereenkomst had ontvangen.
Achtergrond van de zaak
De Stichting Sint Maarten Housing Development Foundation (SMHDF) had de ontruiming gevorderd vanwege de oplopende huurachterstand. De huurder, een alleenstaande ouder met twee kinderen, erkende financiële problemen maar had sinds december 2025 de huur weer structureel betaald.
Juridische overwegingen
Het Gerecht oordeelde dat de huurder in gebreke was gebleven door de aanzienlijke huurachterstand. Echter, gezien de recente structurele betalingen en de persoonlijke omstandigheden van de huurder, werd een voorwaardelijk verblijfsrecht toegekend. Dit betekent dat de huurder in de woning mag blijven, mits de huurbetalingen tijdig en volledig worden voldaan.
Gevolgen voor huurders en verhuurders
Deze uitspraak benadrukt het belang van tijdige huurbetalingen en de mogelijke juridische gevolgen van achterstanden. Tegelijkertijd toont het Gerecht begrip voor persoonlijke omstandigheden, mits er aantoonbare inspanningen zijn om betalingsverplichtingen na te komen.
Voor meer details over de uitspraak, zie de officiële publicatie: ECLI:NL:OGEAM:2026:52.